Geschiedenis
Hoe eenzaam lag het woeste oord
Daar uitgestrekt in 't rond.
Geen mensenstem werd er gehoord
Op dien onvruchtb'ren grond.
De Pekel A doorsneed het land,
Met veen en hei bedekt.
Natuur werd door geen nijv're hand
Uit hare rust gewekt.
Het eerste couplet van het Pekelder volkslied, dat aantoont dat het grote gebied waarin later Pekela zou ontstaan, een ruig en door mensen geschuwd veengebied was. Het hoogveencomplex, het Boertanger Moeras, was voor het grootste deel geen aantrekkelijke streek.
Kerkelijke gemeente (kerspel)
In 1704 werd Pekela gescheiden in twee afzonderlijke kerkelijke gemeenten (kerspels) en kregen de inwoners van Nieuwe Pekela toestemming van het stadsbestuur van Groningen een eigen predikant te beroepen en een kerk te stichten. Tot 1795 werd het kerspel, een soort dorpsgemeenschap, grotendeels bestuurd vanuit de stad Groningen, als eigenaar van de meeste gronden in Pekela.
Burgerlijke gemeente
Tijdens de Franse overheersing van 1795-1811 vonden ingrijpende bestuursveranderingen plaats. De oude kerspelhuishouding verdween en er ontstonden plaatselijke instanties, die de taken van de kerspelbesturen overnamen. In 1808 werd één burgerlijke gemeente gevormd, gemeente Pekela. Door een grote bestuurswijziging in ons land in 1810 werden Oude en Nieuwe Pekela twee aparte gemeenten. Op 1 januari 1990 werden de gemeenten Nieuwe Pekela en Oude Pekela samengevoegd tot één gemeente Pekela.
Beneden Pekela en Boven Pekela
Oude Pekela heette oorspronkelijk Beneden Pekela en Nieuwe Pekela was Boven Pekela. Oude en Nieuwe Pekela werden eigenlijk pas officiële benamingen toen er in 1810 twee afzonderlijke gemeenten ontstonden. Elke gemeente had in het spraakgebruik een beneden- en een boveneind. Het boveneind van de voormalige gemeente Nieuwe Pekela kreeg kort na de samenvoeging van de beide gemeenten tot Pekela, de status van dorp Boven Pekela.
Lintbebouwing
Langs het Pekelderdiep ontstond de voor de Veenkoloniën zo karakteristieke lintbebouwing, doordat de verveners, de boeren en de ambachtslieden zich aan weerszijden van het kanaal vestigden. De lengte van de gemeente, gemeten langs het diep vanaf de grens met Winschoten tot aan Stadskanaal, is ongeveer twaalf kilometer.
Rond 1970 gingen er stemmen op om het Pekelderdiep te dempen. Voor de scheepvaart was openhouden niet meer van belang en voor de waterbeheersing van het gebied werd een nieuw kanaal gegraven, het A.G. Wildervanckkanaal. Het Pekelderdiep was door de aanwezigheid van de vele strokartonfabrieken vervuild, maar niet gemist kon worden als open riool. Uiteindelijk werd besloten niet tot demping over te gaan. De historische veenkoloniale structuur moest blijven; het water bepaalde immers het karakter van de gemeente.
In de jaren 1980-1990 werden beide dorpen grootscheeps opgeknapt. Het kanaal werd gereconstrueerd, bruggen werden vernieuwd of opgeknapt en ter ontlasting van het verkeer in de dorpen werden rondwegen aangelegd. Ook werden er recreatiegebieden aangelegd, zoals het Heeresveld in Nieuwe Pekela, het Emergo- en Pekelderbos in Oude Pekela. Het Pekelderdiep kreeg een recreatieve functie.
Turf
In 1599 vestigde in Pekela de Pekelder Compagnie. De veengronden langs de Pekel A waren goed voor de exploitatie van veen en voor het winnen van turf. Voor de ontwatering van het veen, de afvoer van de turf en de aanvoer van allerlei goederen werd de rivier de Pekel A bevaarbaar gemaakt.
Scheepvaart
Voor de afvoer van de turf, de aanvoer van mest en de uitvoer van graan, aardappelen en andere producten, ontwikkelde zich hier een bloeiende binnenlandse scheepvaart, die zich tot ver in de twintigste eeuw kon handhaven. Daarnaast ontstond er een levendige nijverheid, waaronder enige scheepswerven.
Zo ontstond de veenkoloniale zeevaart, die tot 1860 uitsluitend georiënteerd was op de Noord-, Oost-, Witte en Zwarte Zee. In de eerste helft van de 19e eeuw was de scheepvaart zelfs het belangrijkste middel van bestaan.
Na 1860 ging de handel op de Oostzeelanden achteruit. Men probeerde dit te compenseren door meer te gaan varen op de Middellandse Zee. Door de vijandelijkheden tussen de noordelijke en zuidelijke staten van Amerika leverde de handel op Amerika tijdelijk goede resultaten op, maar na de jaren zeventig kon de veenkoloniale zeevaart zich, mede door de opkomst van de grotere stoomschepen, niet meer handhaven.
Strokarton
Het dorp Oude Pekela ontwikkelde zich rond de eeuwwisseling tot het karton dorp. Acht strokartonfabrieken vestigden zich in Pekela. Na de Tweede Wereldoorlog ging de productie van strokarton over op de vervaardiging van karton uit oud-papier. Door de herstructurering verminderde het aantal bedrijven en de werkgelegenheid.
Landbouw
Eerst werd er veel haver en rogge verbouwd, maar geleidelijk aan nam de aardappelteelt toe en omstreeks 1870 werd de (fabrieks-)aardappel het hoofdgewas in deze streek. Was de landbouw, vooral in de voormalige gemeente Nieuwe Pekela, lange tijd het belangrijkste middel van bestaan, zeker na de Tweede Wereldoorlog ging de betekenis ervan sterk achteruit. Door mechanisatie en rationalisatie verminderde het aantal landbouwbedrijven.
De laatste jaren is er veel veranderd in de agrarische bedrijfsvoering. Boeren zijn gedeeltelijk overgestapt op andere gewassen, zoals hennep. Daarnaast heeft een aantal boeren zich toegelegd op de veehouderij.