De Kiepkerel

In de 17e, 18e en 19e eeuw trokken elk voorjaar duizenden Duitsers de grens over om in Nederland te gaan werken. Ze kwamen uit een gebied vlak over de grens dat minder welvarend was dan ons land. Hun motto was: "War in der Heimat bittere Not, in Holland gabs Verdienst und Brot".

Ze werkten als hannekemaaiers (grasmaaiers) bij de boeren of trokken rond als kiepkerels. Ze werden Kiepkerels genoemd omdat ze met een "kiep" (mars of mand) koopwaar meedroegen op de rug.

Meestal bestond hun handel uit lapjes, stoffen en kleding die ze 's winters thuis hadden vervaardigd of elders op de kop hadden getikt. Velen ontpopten zich als handige handelaren die na verloop van tijd naast stoffen ook allerlei huishoudelijke artikelen, gereedschappen en andere gebruiksvoorwerpen meebrachten.

Eind 19e eeuw werd Westfalen welvarender en werd de trekarbeid minder noodzakelijk. Vele kiepkerels vestigden zich in Nederland. Sommigen was het zo voor de wind gegaan dat ze de basis hadden gelegd voor grote firma's, zoals Peek & Cloppenbrug, C&A en Vroom & Dreesman.

Veel informatie over de kiepkerels is te vinden in het Veenkoloniaal Museum in Veendam.

Voor het gemeentehuis in Oude Pekela staat een prachtig beeld van een kiepkerel. Het beeld werd gemaakt door de kunstenaar Hans Mes en onthuld op 30 juni 1986.