Raadhuislaan 8 - 9665 JD Oude Pekela
Postbus 20.000 - 9665 ZM Oude Pekela
Tel (0597) 617 555 Fax (0597) 618 656
Servicelijn: 0900-1234999
E-mail: info@pekela.nl
Openingstijden: ma. t/m vrij.: 9-12 uur en
donderdagmiddag: 14-16 uur
Op deze pagina staat algemene informatie over de Wet Waardering onroerende zaken. U kunt het taxatieverslag online opvragen .
De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is een regeling voor de waardering van onroerende zaken.
Als u een eigen woning heeft, moet u een bepaald bedrag als inkomen op uw aangifte inkomstenbelasting aangeven, het zogenoemde eigenwoningforfait (voorheen huurwaardeforfait). Het eigenwoningforfait is een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de woning. Voor het bepalen van de waarde van de eigen woning gaat u uit van de WOZ-waarde.
Als u eigenaar bent van een tweede woning of van ander onroerend goed, geldt de WOZ-waarde op gelijke wijze voor de onroerende-zaakbelasting (OZB) en de waterschapsomslag gebouwd, als bij de eerste woning.
Voor de inkomstenbelasting geldt de tweede woning als bron van inkomen uit sparen en beleggen. U krijgt dan te maken met de vermogensrendementsheffing van box III. Dat betekent dat niet de huur of het eigenwoningforfait is belast, maar het forfaitaire rendement. Dat is 4% van de WOZ-waarde van de tweede woning, afgezien van het heffingsvrije vermogen en de vrijstelling .
Omslag gebouwd: geheven van eigenaren van gebouwde onroerende zaken, berekend over de WOZ-waarde.
Omslag ongebouwd: geheven van eigenaren van ongebouwde onroerende zaken, berekend naar de oppervlakte van een onroerende zaak. Hiervoor geldt dus niet de WOZ-waarde.
De zaken die in de waterschapsomslag ongebouwd worden betrokken zijn meestal vrijgesteld voor de Wet WOZ (bijvoorbeeld landbouwgrond, natuurterreinen en de grond bij NSW-landgoederen), zodat hiervoor geen WOZ-waarde wordt bepaald.
De WOZ-beschikking (WOZ staat voor waardering onroerende zaken) is een officieel document van de gemeente, waarop de waarde van uw onroerende zaak (bijvoorbeeld uw woning of bedrijfspand) is aangegeven: de WOZ-waarde. De WOZ-waarde geldt voor een periode van één jaar.
De WOZ-waarde wordt door de gemeente gebruikt voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), door de Rijksbelastingdienst voor de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de successiewet en door het waterschap voor de waterschapsomslag gebouwd.
De Wet WOZ zorgt ervoor dat bij de belangrijkste belastingen over onroerende zaken wordt uitgegaan van dezelfde waarde. De WOZ-beschikking met de waarde van uw onroerende zaak staat op hetzelfde biljet als uw aanslag(en) OZB (en mogelijk andere gemeentelijke heffingen).
De nieuwe WOZ-beschikking die u in het voorjaar van 2010 ontvangt, geldt vanaf 1 januari 2010 voor het kalenderjaar 2010
De aanslag voor de gemeentelijke onroerende-zaakbelastingen (OZB) wordt gecombineerd met de WOZ-beschikking.
De waterschapsomslag gebouwd en het eigenwoningforfait worden ook gebaseerd op de WOZ-waarde. De aanslag van het waterschap is gebaseerd op de waarde die u op de gecombineerde WOZ-beschikking/aanslag OZB hebt ontvangen.
Doel: inzicht geven in de opbouw van de taxatie. Iedereen die een WOZ-beschikking heeft ontvangen, kan de gemeente daarom verzoeken om een taxatieverslag.
Op het taxatieverslag staan:
- het adres van het pand,
- de WOZ-waarde van het pand,
- de kadastrale gegevens,
- wat voor soort woning/bedrijf uw pand is,
- het bouwjaar en
- de grootte van het pand (inhoud en oppervlakte).
- bijzondere kenmerken van belang voor de waardebepaling.
- een onderbouwing van de marktwaarde van een pand.
De WOZ-waarde van woningen wordt onderbouwd door de vermelding van verkoopprijzen en WOZ-waarden van een aantal vergelijkbare woningen. De vergelijkbare woningen hoeven niet identiek te zijn aan uw woning.
Bij niet-woningen (bedrijven, kantoren, kerken, scholen, etc) wordt de WOZ-waarde onderbouwd door het weergeven van de opbouw van de taxatie (huurwaarde en kapitalisatiefactor of herbouwwaarde en correctiefactoren).
Iedereen die een WOZ-beschikking krijgt, kan aan de gemeente verzoeken om een taxatieverslag.
U kan binnen zes weken na dagtekening van de WOZ-beschikking bij de gemeente bezwaar maken.
Taxeren is schatten. Daarom geldt er een marge waarbinnen de waarde van een pand goed is bepaald.
Is de waarde op de WOZ-beschikking iets te hoog, maar blijft het verschil binnen de marge dan wordt een bezwaarschrift afgewezen (ongegrond verklaard). De marge is afhankelijk van de waarde van de woning.
Voorbeeld bezwaarmarge
Stel de WOZ-waarde van een woning bedraagt € 210.000. Bij de behandeling van het bezwaarschrift blijkt dat de WOZ-waarde verlaagd zou moeten worden naar € 205.000. De gemeente moet het bezwaarschrift echter afwijzen (ongegrond verklaren), omdat de waardeverlaging van € 5.000 binnen de ‘bezwaarmarge’ blijft. In het voorbeeld is die marge namelijk € 10.000 (4% van € 210.000 = € 8.400; de minimummarge is echter € 10.000). Dat betekent dat de waarde meer dan € 10.000 lager moet zijn om het bezwaarschrift gegrond te verklaren. U kunt met behulp van dit rekenmodel uw eigen situatie beoordelen.
Wanneer u verhuist, kunt u bij uw gemeente voor uw nieuwe huis de WOZ-beschikking opvragen.
Deze beschikking geldt vanaf het moment dat u eigenaar of gebruiker (dit laatste alleen bij niet-woningen) van een pand bent geworden en heeft dezelfde waarde als de beschikking die aan de vorige eigenaar was gezonden. Als u in de loop van een jaar eigenaar wordt van een nieuwe woning, dan ontvangt u voor die woning geen aanslag OZB. De aanslag OZB krijgt u voor het jaar dat daarop volgt. Voor meer informatie over het aanvragen van een nieuwe beschikking kunt u contact opnemen met uw gemeente.
De waarde wordt bepaald naar het waardepeil (waardeniveau) van een bepaalde datum. Dat gebeurt jaarlijks.
Voor 2010 wordt de waarde bepaald naar de waardeniveau van 1 januari 2009. Na een verbouwing, aanbouw, sloop, of andere wijziging beoordeelt de gemeente of de waarde is gestegen of gedaald. Met de waardeverandering wordt in de WOZ-beschikking voor het volgende jaar rekening gehouden. Met wijzigingen tussen de waardepeildatum (1 januari 2009) en het begin van het belastingjaar (1 januari 2010) wordt voor de WOZ-waarde van 2010 rekening gehouden. Als de wijziging plaatsvindt in 2010 dan heeft dat geen gevolgen voor de WOZ-beschikking voor dat jaar.
Gemeenten stellen de onroerende-zaakbelastingen (OZB) vast door een percentage op de WOZ-waarde van de onroerende zaak toe te passen.
Dit geldt zowel voor het eigenaarsdeel (voor de eigenaar van de onroerende zaak) als voor het gebruikersdeel (voor de gebruiker van niet-woningen, dit kan de huurder zijn maar ook de eigenaar/gebruiker).
Waardestijging: verlaging tarief
De meeste huizen zijn de laatste jaren in waarde gestegen. Wanneer het OZB-tarief niet wordt aangepast zou u dus meer belasting gaan betalen. De meeste gemeenten verlagen hun tarieven echter met een deel van de waardestijging. Dat neemt niet weg dat u waarschijnlijk een ander bedrag aan OZB gaat betalen - hoger of lager - omdat het tarief op de gemiddelde waardestijging wordt verlaagd. Gemeenten stellen zelf het OZB-tarief vast en zijn hier zelf verantwoordelijk voor. Tegen het tarief kan geen bezwaar worden aangetekend.
Voor 2010 zijn de forfaitpercentages als volgt:
WOZ-waarde:
0-12.500 forfait: nihil
12.500-25.000 forfait: 0,20% van de waarde
25.000-50.000 forfait: 0,30% van de waarde
50.000-75.000 forfait: 0,40% van de waarde
75.000-1.010.000 forfait: 0,55% van de waarde
1.010.000 - en hoger forfait: 0,80% van de waarde
De WOZ-waarde voor het jaar 2010 moet u aangeven in de aangifte 2010 die u begin 2011 moet inleveren.
Voor 2009 golden de volgende percentages.
WOZ-waarde:
0-12.500 forfait: nihil
12.500-25.000 forfait: 0,20% van de waarde
25.000-50.000 forfait: 0,35% van de waarde
50.000-75.000 forfait: 0,40% van de waarde
75.000-hoger forfait: 0,55% van de waarde
De WOZ-waarde voor het jaar 2009 moet aangeven in de aangifte 2009 die u begin 2010 moet inleveren. Sinds 2009 geldt er geen maximum meer.
De Rijksbelastingdienst beschikt over alle WOZ-waarden van de gemeenten.
De Rijksbelastingdienst gebruikt de WOZ-waarde voor:
andere heffingen
De Rijksbelastingdienst kan de WOZ-gegevens ook gebruiken voor andere belastingen, zoals de regulerende energiebelasting, maar is dit niet verplicht.
In een aantal gevallen komt het object waarvoor de WOZ-waarde is vastgesteld niet overeen met het object dat voor de Rijksbelastingdienst van belang is. Dit komt vooral bij het eigenwoningforfait en erf- en schenkbelasting voor, bij boerderijen, woon-/winkelpanden en woningen met praktijk of kantoor aan huis. In die gevallen is voor de rijksheffingen alleen de waarde van het woongedeelte van belang. De waarde van het woongedeelte kan niet (rechtstreeks) aan de WOZ-beschikking worden ontleend, maar kan soms wel uit de WOZ-waarde of het bijbehorende taxatieverslag worden afgeleid.
De gemeente heeft uw woning gewaardeerd in overeenstemming met de regels van de 'Wet waardering onroerende zaken' (Wet WOZ).
Dit betekent dat de WOZ-waarde is bepaald aan de hand van verkoopcijfers van vergelijkbare typen woningen in de gemeente of buurgemeenten. De wet schrijft ook voor dat de WOZ-waarde in 2010 moet zijn vastgesteld naar het waardeniveau van uw woning op 1 januari 2009. De waarde kan hoger of lager zijn dan de vorige WOZ-waarde in 2009. In de eerste helft van 2008 was er nog sprake van een prijsstijging. Die stijging wordt niet geheel ongedaan gemaakt door de daling in de tweede helft van 2008. De waarde van uw woning op 1 januari 2009 was dus wellicht hoger dan op 1 januari 2008.
Belang bij WOZ-waarde
U vraagt zich waarschijnlijk af waarom de gemeente geen rekening heeft gehouden met de dalende markt na 1 januari 2009. Er zijn belangrijke redenen waarom dat niet is gedaan. In de eerste plaats handelt de gemeente daarmee in strijd met de Wet WOZ. Die schrijft voor dat de WOZ-waarde in 2010 moet zijn vastgesteld naar waardepeildatum 1 januari 2009. De Waarderingskamer ziet nauwgezet toe op correcte toepassing van de wettelijke voorschriften. Bij onnauwkeurige taxaties krijgt een gemeente geen toestemming de WOZ-beschikkingen te verzenden.
Bovendien zijn huiseigenaren niet gebaat bij een te lage waardering in een vastgoedmarkt waarin prijzen onder druk staan. Ook al gaat het hier om het waardeniveau per 1 januari 2009, onjuiste negatieve berichtgeving over het waardeniveau van woningen zet de huidige prijzen alleen maar verder onder druk.
Ook wordt de WOZ-waarde maatschappelijk steeds breder gebruikt. Zo zijn er verstrekkers van (hypothecaire)leningen die de WOZ-waarde als uitgangspunt nemen en verzekeraars die de WOZ-waarde hanteren voor de brandverzekering. Een te lage WOZ-waarde is dan voor een huiseigenaar een nadelig aspect.